BeŽindiging huurovereenkomst:

Een huurovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen. Deze zijn:

  • wederzijds goedvinden;

  • ontbinding door de rechter

  • opzegging door verhuurder

  • Opzegging huurder

Wederzijds goedvinden:

Huurder en verhuurder kunnen overeenkomen een beeindiging van de huurovereenkomst (al dan niet op termijn en tegen een bepaalde datum)

 

Ontbinding door de rechter:

De regels van het algemene verbintenissenrecht spelen hier en die zijn dat iedere wanprestatie (tekortkoming in de nakoming van een verbintenis) kan leiden tot een ontbinding behoudens in het geval dat die (eenvoudig gezegd) niet ernstig genoeg is om tot ontbinding te leiden. De rechter kan aldus een ontbinding bepalen op vordering van de verhuurder in het geval de huurder, onder andere zijn huur niet betaald (drie maanden huurachterstand) of overlast veroorzaakt.

 

Opzegging verhuurder:

De verhuurder kan met inachtneming van de formele eisen die de wet stelt aan een opzegging en onder de gronden die in de wet daarvoor zijn gegeven (7:274 BW), de huurovereenkomst opzeggen. Vaak zullen er met betrekking tot de formele eisen fouten worden gemaakt. Opzegtermijnen niet ingehouden, gronden van opzegging niet vermeld, niet de vraag gesteld of huurder instemt, niet de medehuurder opgezegd.

 

Vaak zal de huurder niets van zich laten weten dan wel niet instemmen met de opzegging, in dat geval rest de verhuurder geen andere mogelijkheid dan zich tot de rechter (kantonrechter) te wenden om te komen tot een beŽindiging.

 

Aangezien het opzeggen vaak fout gaat is het verstandig om hierbij een professional persoon bij te betrekken.

 

Opzegging huurder:

Aangezien de wet uitgaat van de bescherming van de huurder zijn voor het opzegen door de huurder niet veel bepalingen van toepassing, met name de bepalingen uit de huurovereenkomst zijn van toepassing.

Gevolgen van beŽindiging

Door beeindiging van de huurovereenkomst is duidelijk dat het gehuurde dient te worden ontruimd en ter vrije beschikking aan de verhuurder te worden gegeven.

Uiteraard dient er alsdan bezien te worden welke vorderingen er nog over en weer bestaan, bijvoorbeeld of verbeteringen door de huurder aangebracht, vergoed dienen te worden, of er nog een borgsom terug gestort dient te worden. Dit betreft in feite de oplevering van het gehuurde. De wet heeft in artikel 7:224 BW een aantal regels gegeven voor de oplevering van een gehuurde zaak.

Oplevering:

Ter zake van de staat waarin een en ander zich dient te bevinden is van belang of er al dan niet bij aanvang van de huur een beschrijving van het gehuurde is opgemaakt.

 

Is een beschrijving van het gehuurde opgemaakt dan dient het gehuurde pand ook in diezelfde staat opgeleverd te worden, uiteraard dient dan wel rekening gehouden te worden met de toegestane wijzigingen (voor zoveel niet is bepaald dat die ongedaan moeten worden gemaakt).

 

Is geen beschrijving van het gehuurde opgemaakt dan wordt verondersteld dat het pand in de huidige staat is te huur gegeven.

 

Het is belangrijk om de huurovereenkomst in dit geval goed na te zien aangezien deze nog wel eens afwijkende regels kan geven.

www.huurrechtspecialisten.nl